De Zaanse Walraven van Hall pleegde samen met zijn broer Gijs de grootste bankfraude uit de Nederlandse geschiedenis. Met de opbrengst financierden zij tijdens de oorlog stakers, onderduikers, het Nederlandse verzet en de Binnenlandse Strijdkrachten.
Tijdens de oorlog gaf Walraven van Hall samen met zijn broer Gijs van Hall, de latere burgemeester van Amsterdam, leiding aan het Nationaal Steunfonds (NSF). Deze geheime bank verzamelde via illegale leningen en een miljoenenfraude bij De Nederlandsche Bank grote sommen geld voor het landelijke verzet.
Tijdens het gevaarlijke werk van het NSF kwamen meer dan tachtig medewerkers om het leven, onder wie Walraven van Hall zelf. Nadat hij in januari 1945 was verraden en opgepakt, werd hij op negenendertigjarige leeftijd gefusilleerd. In 2010 werd op het Frederiksplein, schuin tegenover De Nederlandsche Bank, een monument voor hem onthuld.
Kleindochter Jantien van Hall en Cees Ullersma van De Nederlandsche Bank vertellen het indrukwekkende verhaal van Walraven van Hall, het NSF en de rol van de bank.