Op maandag 4 mei vond in Amsterdam opnieuw de bijzondere traditie van de Stille Tocht plaats. De tocht liep vanaf het Museumplein naar de Nationale Dodenherdenking op de Dam.
Hieronder de speech die van Andrée van Es, voorzitter van het Amsterdams 4 en 5 mei comité, hield voorafgaand aan de Stille Tocht.
Mijn kleindochter van 17 sprak ons, haar ouders en grootouders aan:
Waarom moeten jullie altijd over de oorlog in de wereld praten?
De hele tijd zeggen hoe erg het is. En jullie kunnen toch niets doen.
Ai, hoe onmachtig voelen wij ons. Dat zeg ik haar ook.
De Duitse historicus Sebastian Haffner, schreef in zijn Het verhaal van een
Duitser, 1914-1933 over de jaren na de Eerste Wereldoorlog:
“Intussen echter heerste er jn de zichtbare publieke wereld allerwegen vrede,
windstilte, orde, welgezindheid, en welwillendheid. Zelfs de voorboden van
het komende onheil leken perfect in het vriendelijke beeld te passen”.
Wij gedenken hier vandaag de slachtoffers die de Naziterreur in Amsterdam
maakte in de jaren 40-45. De plaatsen waar wij langslopen, de open Joodse
Huizen en de Huizen van verzet, de namen, de straten en de huisnummers
van de Joodse bewoners, die uit hun huizen zijn weggerukt in Amsterdam
oost en in Amsterdam west, de lokale herdenkingen bij monumenten in de
stad, waar verzetsmensen werden gefusilleerd, het monument om de Roma
en Sinti te herdenken , het zijn alle zulke veelbetekende plekken, met
geschiedenissen over onbekende en bekende Amsterdammers. Er zijn nog
zoveel verhalen, de geschiedenis is zo levend, de pijn over familieleden die je
verloor of die je nooit hebt leren kennen, is zo vers.
Ik las na vele jaren opnieuw Het Achterhuis van Anne Frank. Het in de wereld
meest beroemde verhaal over de Nazi terreur, hier in hartje Amsterdam.
Zo beroemd, dat wij allen geneigd zijn te denken: dat verhaal ken ik. Het
Anne Frankhuis is voor vele Amsterdammers een plek waar de toeristen zich
verdringen.
Maar dan haar woorden, haar eigen woorden.
Op 13 januari 1943 schreef Anne:
“Ik zou je urenlang over de ellende die de oorlog met zich meebrengt kunnen
vertellen, maar dat maakt mezelf enkel nog mismoediger. Er blijft ons niets
anders over dan zo rustig als ‘t maar kan het einde van deze misère af te
wachten, zowel de joden als de christenen wachten, de hele aardbol wacht,
en velen wachten op hun dood”.
Op 8 november 1943 schreef ze:
“ik kan me helemaal niet voorstellen dat de wereld voor ons ooit weer eens
gewoon wordt. Ik spreek wel over ‘na de oorlog’, maar dan is dat alsof ik
over een luchtkasteeltje spreek, iets dat nooit werkelijkheid kan worden”.
Op 11 april 1944:
“Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel aflopen, eens zullen wij toch
weer mensen en niet alleen joden zijn?”
Op 20 mei 1944:
“Er wordt in de ondergrondse kringen over gemompeld dat Duitse joden, die
naar Nederland geëmigreerd zijn en nu in Polen zitten, niet meer naar
Nederland terug mogen komen, ze hadden in Nederland asielrecht, maar
moeten, als Hitler weg is, weer naar Duitsland terug.
Als men dat hoort, vraagt men zich dan niet vanzelfsprekend af, waarom
deze lange en moeilijke oorlog gevoerd wordt? Wij horen toch altijd dat wij
allen samen vechten voor vrijheid, waarheid en recht! En begint er nog
tijdens dat gevecht al tweedracht te komen, is toch de jood weer minder dan
de ander? O, het is treurig, heel treurig, dat weer voor de zoveelste maal de
oude wijsheid bevestigd is: wat één christen doet, moet hij zelf
verantwoorden, wat één jood doet, valt op alle joden terug”.
De tijd heelt niet alle wonden.
Het rouwen om Anne frank, 15 jaar , is ieder jaar, ook na tachtig jaar, nog
even heftig.
En ik weet: het staat naast het verdriet, het rouwen, om 15-jarigen van
vandaag, ontmenselijkt, bedreigd. Het staat naast ons onvermogen Annes
leeftijdgenoten van nu te beschermen, of hen te laten zien: dat nooit weer.
Herdenken is geen aanklacht. We staan stil bij de geliefden, bekenden en
onbekenden, die de oorlog niet overleefden. Maar stilstaan betekent niet:
stilstand.
Het oorlogsgeweld om ons heen vraagt van ons in beweging te komen.
Zoals de stad ons dadelijk zal zien bewegen door de straten.
Een stil lint van verzet.
Herdenken vraagt niet van ons: zwijgen, zwijgen over de oorlogen, over de
onderdrukking, over antisemitisme en discriminatie van vandaag. Ik gedenk
mijn oma, die omkwam bij een bombardement in Den Haag in 1945, ik denk
aan mijn vader, die haar dood het huis uit droeg op, die dag. Ik zwijg, zonder
de stemmen die zich verzetten tegen het geweld van vandaag tot zwijgen te
willen brengen.
Op 6 mei wil ik in de spiegel kunnen vragen: wat doe ik vandaag om mijn
kleindochter een antwoord te kunnen geven.