Toekomst van Herdenken
‘Het koloniale apartheidssysteem is ook in onze herdenkingscultuur aanwezig.’
Lara Nuberg is kritisch over de manier waarop de Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt herdacht.
9 augustus 2021 - door Merav Pront

Lara Nuberg (31) is een kleindochter van een Indische oma en een joodse opa. Ze is kritisch over de manier waarop de Tweede Wereldoorlog in Nederland wordt herdacht. ‘Dat 15 augustus zo veel minder belangrijk wordt gevonden dan 4 mei, dat vind ik een koloniale erfenis.’

Lara Nuberg is gewoon een Indisch meisje. In december 2020 bracht Rose Stories In haar voetsporen uit. Een boek over de erfenis van Nederlands-Indië, dat Lara samen met de Indonesische Lala Bohang schreef. Lara woont in Osdorp in Amsterdam Nieuw-West en is net thuis als ik haar bel. We hebben afgesproken om te praten over haar boek en de toekomst van herdenken. 

In haar voetsporen vertelt onder meer het verhaal van Lara’s oma. Zij werd in 1925 geboren op het Indonesische eiland Java, in Bandung. In 1947, vlak na de Tweede Wereldoorlog, verhuisde ze naar Nederland, waar ze met Lara’s joodse opa trouwde. Ze was toen achtentwintig jaar.
‘Ik had een hele sterke, soort telepathische band met mijn oma,’ vertelt Lara mij aan de telefoon. ‘Ze is nu zestien jaar geleden overleden en ik heb altijd heimwee naar haar gehouden.’ 

Lara logeerde vaak bij haar oma. Dan maakten ze samen krupuk en roti kukus en leerde haar oma haar woorden uit haar kindertijd, zoals satu, dua en tiga. Maar toch had Lara’s oma het niet zo op Indonesië. Ze kwam uit Nederlands-Indië.
‘Dat onderscheid moest altijd heel duidelijk gemaakt worden,’ vertelt Lara. ‘Je bent Indisch, niet Indonesisch’, zei mijn oma altijd.’

Lara en haar oma lezen boeken

Het belang van dat onderscheid ontstond in 1854. Zo’n 250 jaar nadat Indonesië door Nederland gekoloniseerd werd, kregen Europeanen bij wet een andere status dan ‘inlanders’. De kinderen van Nederlandse en Indonesische ouders werden Indisch of Indo-Europees genoemd. Als achterkleindochter van een Indo-Europese handelaar was Lara’s oma dus Indisch. Ze was en voelde zich onderdaan van het Nederlandse koninkrijk. En dat had niets met Indonesiërs te maken.
‘Mijn oma zou zich omdraaien in haar graf als ze zou weten dat ik Bahasa Indonesia aan het leren ben. Dan zou ze denken: waarom, je bent toch gewoon Nederlands?’

Lara’s oma had het goed in Nederlands-Indië.
‘Mijn overgrootvader reed zelfs in een auto. Dat was heel uitzonderlijk in 1930.’
Maar toen de Tweede Wereldoorlog ook in Azië uitbrak, veranderde dat. In 1942 werd Nederlands-Indië door Japan bezet. In eerste instantie kende die bezetting vooral Nederlandse en Indische slachtoffers. De Nederlandse kolonisator moest immers verslagen worden, om van Indonesië Japans grondgebied te kunnen maken. Maar al gauw moesten ook Indonesiërs het ontgelden.
Lara’s oma werd als secretaresse voor het Japanse leger te werk gesteld. En dezelfde overgrootvader die voor de oorlog een eigen auto had, werd nu naar een Japans interneringskamp gestuurd.
‘Pas toen Japan in augustus 1945 met twee atoombommen tot capitulatie was gedwongen kwam hij terug, uitgedroogd en uitgehongerd,’ schrijft Lara in haar boek. 

Nederland was toen inmiddels al ruim drie maanden bevrijdt. En terwijl hier de eerste stappen richting wederopbouw werden gezet, riep Indonesië de onafhankelijkheid uit.
‘Vanuit Indonesisch perspectief kun je beredeneren dat Nederland in 1942 is verslagen door Japan. Op het moment dat Japan zich overgeeft, betekent dat niet dat Indonesië vanzelfsprekend weer aan Nederland toebehoort. Maar de Nederlandse regering zag dat anders.’
Er breekt een onafhankelijkheidsoorlog uit. Nederland stuurt troepen naar Indonesië om ‘politionele acties’ uit te voeren. Er volgt een bloedige strijd.
‘Nederland wilde Nederlands-Indië niet opgeven,’ vertelt Lara, ‘maar na vier jaar oorlog werd Indonesië in 1949 alsnog ‘officieel’ onafhankelijk.’

De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog maakte bijna 100.000 Indonesische slachtoffers en zo’n 5000 Nederlandse. Na decennia van koloniaal privilege verhuisden 350.000 Indische Nederlanders ‘terug’ naar Nederland. Zo ook Lara’s oma.
‘Aan de ene kant zie ik mijn oma echt als slachtoffer,’ legt Lara uit, ‘want zij heeft hele nare dingen meegemaakt tijdens de Japanse bezetting en daarna. Er was veel discriminatie jegens Indo’s na de oorlog en het is een enorm verlies geweest om te moeten migreren naar een land waar niemand haar begreep.’

Lara's oma op de boot naar Nederland, 1947

Lara’s oma sprak met liefde over Nederlands-Indië. Maar buiten de muren van haar koloniale tuin was het leven hard en onrechtvaardig.
‘Want wie waren de mensen die op de plantages werkten, de wegen bouwden?’ zegt Lara. ‘Hadden zij ook zo’n veilig thuis waar een baboe je kleren opruimde en een kok je eten klaarmaakte? Mijn oma heeft een heerlijk leven gehad tot aan haar achttiende jaar en dat is ten koste van de Indonesiërs gegaan.’ 

De geschiedenis van Nederlands-Indië is ingewikkeld. En zo’n ingewikkelde geschiedenis is misschien nog wel ingewikkelder te herdenken.
‘Uit de Tweede Wereldoorlog in Nederland kan je makkelijker opmaken wie er slachtoffer is geworden en wie dader was,’ legt Lara uit. ‘In Nederlands-Indië loopt dat dwars door elkaar heen.’

En dus kan Lara op 4 mei ‘niet vol overtuiging herdenken,’ schrijft ze in 2019 in het Parool. ‘Aangezien op die datum in 1945 mijn familie in Zuidoost-Azië nog midden in de Japanse bezetting verkeerde.’
Bovendien zet Lara haar vraagtekens bij wie er op 4 mei op de Dam worden herdacht.
‘Er wordt een krans gelegd voor de militairen die in Nederlands-Indië zijn omgekomen. Maar dan leg je dus eigenlijk een krans voor een bezettingsleger. Ik zie die 200.000 jongens als slachtoffers van een verkeerd Nederlands overheidsbeleid, dus moeten we ze blijven herdenken. Maar herdenk dan ook de slachtoffers die wij zelf gemaakt hebben, aan Indonesische zijde.’

Op de laatste bladzijde van haar boek, schrijft Lara: ‘Ik zie ‘75 jaar Vrijheid’ als een uitgesproken kans om ons te bezinnen op datgene dat wij zo belangrijk vinden, maar in 1945 een ander volk niet gunden.’
‘Het koloniale apartheidssysteem is ook in onze herdenkingscultuur aanwezig,’ vindt Lara. ‘Dat 15 augustus, de dag van de Nationale Indië Herdenking, zo veel minder belangrijk wordt gevonden dan 4 mei, dat vind ik een koloniale erfenis. Ik denk dat wij in Nederland al heel lang met twee maten meten.’

‘Nederland wilde Nederlands-Indië niet opgeven.’

Afgelopen 4 mei modereerde Lara een gesprek over inclusief herdenken in Pakhuis de Zwijger. Ik vraag haar hoe zij een toekomstige 4 mei het liefst voor zich ziet.
‘Ik zou het mooi vinden als er ruimte wordt gemaakt voor bezinning. Dat er zo veel joodse slachtoffers zijn gevallen, zegt ook iets over ons daderschap. Of over wegkijken op momenten dat je eigenlijk op zou moeten staan. Dat mag benoemd worden.’
Als voorbeeld van een herdenking waar Lara zich bij aansluit noemt ze de kleine organisatie Nusantara in Amsterdam.
‘Zij organiseren elk jaar op 16 augustus een herdenking, waarbij er twee minuten stilte worden gehouden. Een minuut voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en een minuut voor de slachtoffers van koloniaal geweld. Ik zie daar zelf heel veel in.’

Lara is uitgesproken en vastberaden, als het over de toekomst van herdenken gaat. Maar tegelijkertijd heeft ze begrip voor de mensen die het niet met haar eens zijn.
‘Er zijn mensen die hartstikke boos op mij worden als ik aankaart dat we Indonesische slachtoffers moeten herdenken. En ik begrijp dat, want het is moeilijk om buiten jezelf te kijken als je een persoonlijke trauma hebt opgelopen. Er is een emotioneel spinnenweb ontstaan waarin iedereen vast komt te zitten met elkaar. De verbanden in het grote verhaal zijn soms tegenstrijdig met hoe je iets persoonlijk ervaart. Maar dat is niet erg, zo is het nu eenmaal.’
Ook Lara zelf heeft wel eens in dat web verstrikt gezeten. Juist daarom vindt ze het belangrijk met elkaar in gesprek te blijven gaan. 

‘Mijn samenwerking met Lala is zo waardevol, omdat het me leert om vrede te sluiten met het verleden. Ik wil niet de wrok voelen naar Indonesië die ik van mijn oma heb geleerd, want ik heb zoiets moois gevonden in dat land. Ik wil haar leed kunnen erkennen, zonder weg te hoeven lopen van hoe zij naar de geschiedenis keek. Ik wil dat recht durven aankijken. Ja, mijn oma kon best racistisch zijn, maar ik hou niet minder van haar erdoor. Er gaat geen dag voorbij waarin ik niet aan haar denk.’

In haar Voetsporen is te koop in de boekhandel of via Lara’s blog gewooneenindischmeisje.nl.

Toekomst van Herdenken

Na ‘75 jaar Vrijheid’ vraagt het Amsterdams 4 en 5 mei comité zich af: hoe ziet de toekomst van herdenken eruit? In deze serie verzamelen we grote en kleine gedachten van Amsterdammers; van ooggetuigen tot scholieren en van vrijwilligers tot programmamakers. Lees hier hun verhalen.

Merav Pront Programmamaker
Merav studeerde Sociale Geografie in Amsterdam en Parijs. Sinds 2021 publiceert ze verhalen voor het Amsterdams 4 en 5 mei comité.