Vraaggesprek over het nieuwe memorandum
NOS-verslaggever Jeroen Overbeek in gesprek met voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Wim van de Donk:

Wim van de Donk, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei: ‘Indrukwekkend, iedereen voelt dat het weer kan zoals we het eigenlijk willen met veel betrokken deelnemers die nadenken over de slachtoffers uit WOII die gevallen zijn in het Koninkrijk der Nederlanden. Die we nooit zullen vergeten. Mensen die vochten voor onze vrijheid, mensen die werden vervolgd en vermoord omwille van wie ze waren. Dat blijven de momenten die we heel indringend zullen herdenken. Ook vanavond weer.’

 

NOS-verslaggever Jeroen Overbeek: ‘We herdenken alle Nederlandse oorlogsslachtoffers, maar een paar uur reizen hier vandaan woedt een oorlog, de oorlog in Oekraïne.’

 

Wim van de Donk: ‘We zeiden tegen elkaar nooit meer. Die zin heeft iets van zijn geloofwaardigheid verloren de afgelopen weken. Omdat we natuurlijk dichtbij – het was in de wereld natuurlijk altijd zo dat er veel oorlogen waren. Op de een of andere manier is die oorlog dichtbij, op het Europese continent. Dat voelen we aan alles indringend aanwezig vanavond.’

 

Overbeek: ‘Op een aantal momenten in de ceremonie wordt verteld wie we herdenken, voor wie er kransen worden gelegd. Die tekst is aangepast.’

 

Van de Donk: ‘De  tekst is in de loop der tijden voortdurend aangepast aan nieuwe inzichten en ontwikkelingen en nu – dat heeft u begrepen – heeft de koning en daarna ook de minister-president gereageerd op het onderzoek naar de koloniale oorlogen die er geweest zijn en de slachtoffers van die oorlogen alsmede al die burgers die met dwangarbeid en met honger om het leven gekomen zijn, geleden hebben – die worden vandaag ook genoemd.’

 

Overbeek: ‘En dat wordt in de zin… Hoe wordt dat genoemd? Hoe worden zij benoemd?’

 

Van de Donk: ‘Er wordt verwezen naar de slachtoffers van de koloniale oorlog en de dwangarbeid en de honger.’

 

Overbeek: ‘En waarom?’

 

Van de Donk: ‘In de geschiedenis van de herdenking na de Tweede Wereldoorlog zie je voortdurend dat nieuwe inzichten een plek krijgen in de manier waarop we herdenken. Na ‘61 zijn we ook de missies die na Wereldoorlog II zijn gebeurd gaan herdenken, en het onderzoek dat nu gebeurd is naar de geschiedenis in Nederlands-Indië, in Indonesië, is alle reden om ook die koloniale oorlog – de slachtoffers daarvan – een goede plek te geven in deze herdenking.’