Bord Vondelpark
“Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: ‘Voor Joden verboden’.”
Foto genomen door G.H. Krüger. Uit: https://archief.amsterdam/beeldbank/
Foto genomen door Alphons Nieuwenhuis

*For English scroll down

Dit kunstwerk/gedenkteken, dat bestaat uit een spiegel en een tekstbord, staat bij de ingang van het Vondelpark in de Van Eeghenstraat. Daar hing tijdens de Tweede Wereldoorlog een bord met de tekst “Voor Joden verboden”.
De aanleiding voor dit werk was de speech van Koning Willem-Alexander tijdens de Dodenherdenking op 4 mei 2020. Daarin zei hij: ,,Sobibor begon in het Vondelpark. Met een bordje: ‘Voor Joden verboden’.”
Hij bedoelde hiermee -figuurlijk gesproken- dat een van de eerste stappen richting de massamoord op de Joden in concentratiekampen zoals Sobibor, werd gezet door het ophangen van dit soort bordjes bij parken. Na de bordjes volgenden andere anti-Joodse maatregelen. Een groot deel van de Nederlandse bevolking keek hierbij weg. Stap voor stap werden vervolgens de anti-Joodse maatregelen steeds absurder, met als gevolg dat het haten en vermoorden van Joden op den duur een soort van genormaliseerd werd in de samenleving.
Na deze historische speech van de koning op 4 mei 2020 ontstond het initiatief om een kunstwerk te realiseren, ter reflectie op het wegkijken bij racisme.

De spiegel nodigt uit na te denken over de vraag wat jij gedaan zou hebben in 1940, toen de anti-Joodse maatregelen begonnen. En wat jij nu doet, als je ergens racisme, discriminatie of intolerantie bespeurt. Kun je jezelf recht in de ogen kijken?
Kijk je weg, of zeg je er wat van, als je onrecht bespeurt tegenover iemand van een ander geslacht, geloof, herkomstland, huidskleur, uiterlijk seksuele geaardheid, lichamelijke beperking, leeftijd, et cetera?

'Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht, Nu het bloedt uit ontelbare wonden. Wat doe jij, nu je volk wordt ontmand en ontrecht, Door de zwarte en feldgraue honden?’
— Gerrit van der Veen

Onrecht, discriminatie en intolerantie beginnen met simpele woorden en kleine daden. Iets wat in het begin vrij onschuldig lijkt, kan steeds groter worden.
Onrecht, discriminatie en intolerantie zijn sluipmoordenaars: zij zetten de toon, normaliseren haat en maken, uiteindelijk, het onvoorstelbare mogelijk.
De moord op de Joden begon niet direct op dag 1 toen de Nazi’s Nederland bezetten. Door systematisch haat te zaaien tegenover de Joden, elke week een stapje harder, grover en absurder, werd de haat jegens de Joden genormaliseerd, en uiteindelijk het onvoorstelbare mogelijk gemaakt: de jacht en moord op de Joodse bevolking.
Het onrecht in de wereld, toen en nu, begint met kleine stapjes op onze eigen stoep, op het schoolplein of in het park.
Net zoals Sobibor begon in het Vondelpark.

Wat dacht de rest van de Amsterdammers toen procureur-generaal Jan Feitsma tijdens de Tweede Wereldoorlog borden liet ophangen om aan hun Joodse stadgenoten te verbieden om een ommetje in hun Vondelpark te maken?
Wat deed de rest van Nederland, toen in heel Nederland de Joden in geen enkel park meer welkom waren?

De Jodenvervolging begon in Nederland met isolatie en registratie en eindigde met moord. In 1940 en 1941 volgden de anti-Joodse maatregelen elkaar steeds sneller op. Steeds meer voorzieningen werden voor Joden verboden. Op straat verschenen borden die Joden de toegang ontzegden tot parken, bioscopen, cafés, zwembaden, dierentuinen, bibliotheken.
In mei 1942 werd de Jodenster ingevoerd en in juli 1942 begonnen de deportaties. In vernietigingskampen als Sobibor en Auschwitz werden meer dan 100.000 landgenoten vermoord, omdat zij Joods waren.

De Nazi bezetter handelde in hun jacht op de Joden niet alleen: ze kregen hulp van Nederlandse collaborateurs. Aan de andere kant hielpen sommige mensen, vaak met gevaar voor eigen leven, de Joden en andere onderdrukten. De Februaristaking in 1941 is een voorbeeld van een grootschalige verzetsactie tegen de Nazi bezetter en de anti-Joodse maatregelen. Het bleef het enige massale, openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. Naast de collaborateurs en de mensen die verzetsdaden pleegden, was er de rest van Nederland; zij keken grotendeels weg van wat er allemaal gebeurde tegenover de Joodse bevolking en andere mensen die onderdrukt werden in het Nazi regime.

Vandaag ervaren mensen nog steeds onrecht. Mensen van verschillend geslacht, geloof, herkomstland, huidskleur, uiterlijk, seksuele geaardheid, lichamelijke beperking, leeftijd, et cetera. Ondanks het verleden, ondanks de grondwet die het verbiedt, is er nog steeds onrecht. En wat doe jij?

De titel van het bord, “Sobibor – Wat doe jij”, verwijst naar een gedicht van de Nederlandse verzetsstrijder Gerrit van der Veen, die op 10 juni 1943 werd gefusilleerd.

Wat doe jij?
Wat doe jij, nu je land wordt getrapt en geknecht,

Nu het bloedt uit ontelbare wonden,

Wat doe jij, nu je volk wordt ontmand en ontrecht

Door de zwarte en feldgraue honden?

Lees hier het volledige gedicht

Dit bord is een initiatief van Niels van Deuren, in samenwerking met Amsterdams 4 en 5 mei comité, gemeente Amsterdam afdeling Kunst & Cultuur (Dahlia Soliman, Sabina Dirks), gemeente Amsterdam Openbare Ruimte (Quirijn Verhoog), Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuid (Rashna Kadier).
En met dank aan Bianca Stigter, Joost Janmaat, Micha Bruinvels, Kjell van Dijk, Marie Vulkers, Alphons Nieuwenhuis, Margriet Noordergraaf, Yorim Spoelder,Christine Gispen-de Wied, Alejandra Slutzky.

English Translation

“Sobibor started in the Vondelpark. With a sign: “Forbidden for Jews”. “
— speech King Willem-Alexander, 4 May 2020

Look through this mirror to the Second World War, at that time there was here a sign with the text “Forbidden for Jews”.

The first phase of the prosecution of the Jews started in the Netherlands in 1940 with registration and exclusion. It ended in extermination camps. In Sobibor many Dutch Jews have been killed.

Still today we see everyday exclusion, intolerance, discrimination and racism.
It starts on our sidewalk, on the schoolyard or in the park.

Do you look away?

Foto door Alphons Nieuwenhuis

Explanation of the artwork

This memorial/artwork, that consist of a mirror and a board of text, is placed at the entrance of the Vondelpark at the Van Eeghenstraat entrance. During the Second World War, at this place, there was a sign with the text: “Forbidden for Jews”.
The initiative to create an artwork came after the speech of King Willem-Alexander on the Memorial Day of 4 May 2020; in his speech the King said: “Sobibor started in the Vondelpark. With a sign: ‘Forbidden for Jews’.”.
He meant with this – figurally speaking- that one of the first steps towards the mass murder on the Jews in extermination camps like Sobibor, was to put up signs like these at the entrance of parks. After these signs other anti-Jewish measures followed. A big part of the Dutch society was looking away from this. Step by step the anti-Jewish measures became more absurd, with as consequence that it was kind of normalised in the society to hate Jews and murder Jews.
After the historic speech of the King on 4 May 2020 the initiative started to make an artwork that reflects on looking away for racism.

The mirror invites to think about what you would have done in 1940, when the anti-Jewish measures were introduced. And what will you do now, when you see somewhere racism, discrimination or intolerance. Can you look yourself right in the eyes?
Do you look away, or do you say something, when you see injustice against someone of another race, religion, country of origin, skin color, appearance, sexual preference, disability, age, et cetera?

Injustice, discrimination and intolerance start with simple words and small deeds. Something that looks quite innocent, can become bigger and bigger.
Injustice, discrimination and intolerance are like assassins: they set a tone, normalise violence, and, eventually, make possible the impossible.
The murder on the Jews did not started directly on day 1 when the Nazis occupied the Netherlands. By systematically creating hate against the Jewish people, every week a bit stronger, harder, and more absurd, the hate against the Jews became normalised in the society, and eventually made possible the impossible: the hunt and murder on the Jewish people.
The injustice in the world, then and now, starts with small actions on our own sidewalk, in the schoolyard, or in the park.
Just like Sobibor started in the Vondelpark.

What was the rest of Amsterdam thinking, when procureur-general Jan Feitsma during the World Ware 2 put up signs that prohibited Jewish fellow citizens to make a walk in the Vondelpark?
What was the rest of the Netherlands doing, when everywhere in the Netherlands, the Jewish people where not welcome anymore in the parks?

The persecution of the Jews started in the Netherlands with isolation and registration and ended with murder. In 1940 and 1941 anti-Jewish measures got introduced each time with a higher frequency. More and more public services got forbidden for Jews. On the street there were signs that prohibited the Jews to enter parcs, cinemas, cafes, swimming pools, zoos, libraries, and more.
In May 1942 the Jewish people had to wear the “Star of David” on their clothes. In July 1942 the deportations started. In the extermination camps like Sobibor and Auschwitz more than 100.000 fellow Dutch citizens got killed, because of being Jewish.

The Nazi occupier got help in the Netherlands in its hunt on the Jewish people: the Dutch collaborators helped the Nazis. On the other side, some people helped the Jewish and other oppressed people, for which they risked sometimes their own lives. An example was the February Strike of 1941, it was a big protest by the Dutch resistance against the Nazi occupier and against the anti-Jewish measures.
It remained the only massive, openly protest against the prosecution of the Jewish in Europe.
Besides the collaborators and the people that executed actions of resistance, there was the majority of the Dutch: they mostly looked away what was happening to the Jewish people and other people that were suppressed in the Nazi regime.

Today the day, some people still experience injustice. People of different gender, religion, country of origin, skin color, appearance, sexual preference, disability, age, et cetera. Despite the past, despite the constitution that forbids it, there is still injustice. And what will you do?

The title of the sign “What will you do” refers to a poem of the Dutch resistance fighter Gerrit van der Veen, who got executed on 10 June 1943.

What will you do?
What you do, now your country is kicked and enslaved,
Now it bloods with uncountable wounds.
What do you do, now your people get dismantled and disenfranchisement?
By the black and grey dogs.

Read the complete poem (Dutch only)

This artwork is an initiative of Niels van Deuren, in conjunction with the Amsterdam 4 & 5 mei committee, municipality of Amsterdam department Art & Culture (Dahlia Soliman, Sabina Dirks), municipality of Amsterdam Public Spaces (Quirijn Verhoog), municipality of Amsterdam department South (Rashna Kadier).
Special thanks to Bianca Stigter, Joost Janmaat, Micha Bruinvels, Kjell van Dijk, Rika, Alphons Nieuwenhuis, Margriet Noordergraaf, Yorim Spoelder, Christine Gispen-de Wied, Alejandra Slutzky.